Heeft de grootte van een stal te maken met een bedreiging of zijn het de consequenties van de schaalvergroting die bedreigend zijn.

Gepubliceerd op vrijdag 21 februari 2014

In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat in alle lagen van de bevolking er een groot draagvlak is voor een bepaald deel van de landbouw en dat is de grondgebonden landbouw. Een deel van deze grondgebonden landbouw heeft sinds de jaren 70 haar binding met de grond steeds meer losgelaten. Dit heeft geleid tot periodieke halvering van het aantal bedrijven bij nagenoeg gelijkblijvend aantal dieren.

De grond ongebonden intensieve landbouw staat ter discussie en zal dat steeds meer komen, los zelfs van aspecten als ethiek of volksgezondheid. Zij staat op hetzelfde kruispunt als dat de chemische industrie stond toen de vissen met bulten en gezwellen in de rivieren naar boven kwamen drijven.

Het loslaten van de binding met de grond heeft automatisch veel meer zaken losgekoppeld. De boeren die van oudsher hoeders waren van: kwalitatief hoogwaardig voedsel, het landschap, ecologie, waterhuishouding, infrastructuur hebben deze taak losgelaten en de zorg hiervoor afgewenteld op de gehele samenleving. Dit brengt spanningen met zich mee waardoor boeren en burgers lijnrecht tegenover elkaar zijn komen te staan. Maar ook boeren onderling.

Het loslaten van de binding met de grond heeft geleid tot het loslaten van de natuurlijke balans wat zich vertaald in overschotten van mest, emissies, zoönozen en dat tegen een meer en meer tanend draagvlak.

 

 

En de disbalans is moeilijk te doorbreken, 80% van de totale Nederlandse vleesproductie wordt geëxporteerd wat de vraag oproept hoe 20% van de totale productie van Nederland de 80% van aankopen die gedaan worden door Chinezen, Duitsers, Italianen, Polen, Russen etc kunnen beïnvloeden. De disbalans is hier in zijn volle breedte duidelijk tot uitdrukking gebracht. Tegelijkertijd wordt er gesteld dat wij in Nederland een overconsumptie hebben door te goedkoop vlees (mocht het goedkoop zijn!), echter een overconsumptie kan alleen plaats vinden als er eerst een overproductie is. Deze overproductie is marktverstorend hetgeen op de schaal van Europa zelfs geleid heeft tot het huren van koelcellen om diezelfde overproductie op te kunnen slaan.

Wij pleiten daarom voor een voorkantsturing. Deze komt neer op een verkapitalisering van kwaliteit van het complete productieproces. Voedsel dat de bouwsteen is van ons lichaam en de verantwoorde wijze hoe dit tot stand komt, mag verkapitaliseerd worden. Al vanaf 2007 pleiten wij bij de TK ervoor dat er een vorm van verwijderingsbijdrage geheven wordt op vlees. Deze bijdrage, te betalen door retail, zou onder andere naarmate iets meer vervuilend is, meer drukt op de zorgkosten en/of meer balansverstorend werkt, groter moeten zijn en uiteindelijk terug moeten vloeien naar diegenen die, naar de omschrijving van de samenleving kwaliteit levert en op de nullijn van meetpunt produceert. Hiermee krijg je voorkantsturing op kwaliteit en geeft dit kansen voor onze familiebedrijven die naar onze mening hier een betere invulling in kunnen geven dan grootschalige bulkproducenten. Het dient ook meerdere andere doelen, hiermee verwijzen wij naar welzijnsdoelen of gezondheidsdoelen, en Europes/landelijke ecologische doelen. Daarnaast kan met deze gedachte, op de schaal van Europa, de import gereguleerd worden ten gunste van onze agrariërs. Wij doelen dan op de 40% import die Nederland doet, die veelal van mindere kwaliteit is.

Wij zijn van mening dat boeren die in hun hoedanigheid van hoeders van kwalitatief hoogwaardig en verantwoord voedsel, infra, waterhuishouding, ecologie en landschap etc. goed betaald mogen worden voor het totaalplaatje. Ondernemers die de balans losgelaten hebben en zich alleen richten op eiwitproductie hebben in onze ogen geen toekomst op het platteland. Zij hebben niet alleen door hetgeen ze losgelaten hebben de totale kosten afgewenteld op de gehele samenleving, maar ook van Nederland bijna een woestijn gemaakt.

Daarnaast zijn er natuurlijk ook rurale aspecten, zuinig omgaan met datgene wat ons gegeven is zal ook hier benadrukt moeten worden.

Concreet, de stichting Leefbaar Buitengebied die bestaat uit betrokken burgers die vrijwillig initiatieven ondernemen en hiervoor geen gelden ontvangen nog dit doen door wet- en/of regelgeving hebben de vraagstukken die op haar af  kwamen in samenhang van de totale samenleving gezien. Dit heeft zich vertaald in acties waarbij Tweede Kamer leden, Gedeputeerden, GGD en andere gezondheidsgerelateerde organisaties, Natuurorganisaties en andere deskundigen bij elkaar zijn gebracht veelal in of bij landbouwbedrijven.

 

Kunt u ons en alle burgers aangeven waar en wanneer de landbouw, geheel vrijwillig, zonder gelden hiervoor te ontvangen, omdat zij dit als plicht zagen voor de samenhang in de samenleving überhaupt de burger betrokken hebben? En wat hebben politieke partijen hieraan bijgedragen? En als u de eerste vraag jammer genoeg met nee heeft moeten beantwoorden waarom doet de burger, die een substantieel deel van de landbouw subsidieert, in welke vorm dan ook, er niet meer toe? Het antwoord mag duidelijk zijn, omdat 20% niet in die mate bijdraagt als dat de 80% doet. Disbalans!

Hits: 2194