Symposium Kennisnetwerk Veehouderij en Humane gezondheid

Gepubliceerd op donderdag 15 oktober 2015

Op 13 oktober 2015 werd het Symposium  humane gezondheid en veehouderij  gehouden.Dit symposium was een initiatief van het RIVM, GGD, Wageningen UR, Universiteit Utrecht, LTO Nederland, Omgevingsdiensten en ZONMW.Het is de bedoeling op wetenschap gestoelde kennisbank te creëren. Leefbaar Buitengebied aangegeven in ieder geval een verbetering te willen zien in het onderwerp fijnstof en grenswaarden endotoxinen.

Fijnstof is een klein deeltje stof in vaste of vloeibare vorm dat door inademing in de luchtwegen komt. Zij zijn verantwoordelijk is voor hart en vaatziekten. De veehouderij is verantwoordelijk voor zowel primair als secundair fijnstof vanuit mest, huidschilfers, veren, voer, haren en strooisel. Aan fijnstof hechten zich bacteriën en deze bacteriën zitten veelal standaard al in mest en voer. 90% van het secundair fijnstof  wordt veroorzaakt door de veehouderij.

De samenstelling primair en secundair fijnstof varieert echter is in de regel is het zo dat hoe meer fijnstof in de lucht voorkomt, des te groter het aandeel secundair fijnstof en dus ook bacteriën.

 

Vooral het telkens eenzijdig memoren dat Nederland fijnstof voor een 2/3 deel geïmporteerd uit Duitsland stoort de beide belangengroepen al jaren. Het door wetenschappers opgestelde document meld dat deze import vooral veroorzaakt wordt door windstilte.

Leefbaarbuitengebied merkten op dat windstilte maar een zeer beperkt deel van het jaar voor komt en dat meet dan 90% van het jaar de wind uit het westen komt. De wetenschapper is het met SLB eens dat het aandeel dat Nederland naar Duitsland en Belgie exporteert vele malen hoger is dan het aandeel import.

Leefbaarbuitengebied wil dat als het een wetenschappelijke kennisbank moet zijn, neutrale en evenwichtigheid gegarandeerd moet blijven. Met andere woorden indien er melding gemaakt wordt van import van fijnstof er ook melding gemaakt wordt van het aandeel export van fijnstof.

Dezelfde inbreng werd gedaan bij het onderdeel Zoönozen. Bij dodelijke gevallen veroorzaakt door diergerelateerde ziekten wordt er standaard de vermelding gedaan dat de patiënt een achterliggend leiden had. SLB hanteert het standpunt dat het achterliggende leiden de dood van een mens niet minder erg maakt. Het blijft verschrikkelijk als een kind, man, vrouw, vader, moeder, opa of oma sterft door het toedoen van een diergerelateerde ziekte zoals bijvoorbeeld q-koorts. Dat de persoon een ‘griepje’ had of wat zwakker was doet niets af aan het feit dat de dood niet door de achterliggende ziekte veroorzaakt is maar door toedoen van de dierziekte.

 

 

Hits: 1006